The Cerberus Archive


 HET MARC SLEEN MUSEUM


Marc Sleen is de eerste Vlaamse stripauteur met een eigen museum. Op vrijdag 19 juni 2009 opende het Nerohuis, officieel het Marc Sleen Museum, in de Zandstraat te Brussel. De locatie is net tegenover het Stripmuseum van Brussel, waarvan het Marc Sleen Museum zowat als bijhuis fungeert. Tickets moet je dan ook in het Stripmuseum kopen. 


Marc Sleen werd op 30 december 1922 in Gentbrugge geboren en groeide op in Sint-Niklaas, waar zijn ouders een taverne met vier biljarttafels en enkele vergaderzalen uitbaatten. Hij woonde een tijd in Brussel en Gent vooraleer neer te strijken in de Vlaamse Rand, meer bepaald in Hoeilaart, waar onder meer Armand Pien, een andere Gentenaar, zijn buur was. Marc Sleens bekendste stripfiguur Nero woont vanaf het album ‘De Verschrikkelijke Tweeling’ in het tramstation van Hoeilaart. Dit stationnetje is nu het Nerocafé geworden. 

Van Detectief Van Zwam tot Keizer Nero


Nero was eerst slechts een bijfiguur in de reeks ‘De Avonturen Van Detectief Van Zwam’. De Detectief ontmoet Nero in een tehuis voor krankzinnigen, waar ene Schoonpaard (later veranderd in Heiremans) zich inbeeldt Keizer Nero te zijn na het drinken van het gekmakende Matsuokabier. De lezers vonden Nero zo’n leuke, fantastische figuur, dat Marc Sleen hem tot hoofdkarakter promoveerde. De reeks werd bijgevolg in ‘De Avonturen van Nero en Zijn Hoed’ herdoopt en Detectief Van Zwam  werd tot een van de vele kleurrijke bijrollen gedegradeerd. De Nerofamilie bestaat uit Petoetje en Petatje, Jan Spier, Kapitein , Madam Pheip, Philemon Pheip, Clo-Clo, Adhemar, Kapitein Oliepul, Oscar Abraham Tuizentfloot en nog vele anderen.


Nero en kompanen komen in het museum prominent in beeld. Er liggen bijgevolg een hele reeks platen uit de verhalen van Nero. Toch is het museum meer dan enkel een museum over Nero. Ook de andere reeksen van Marc Sleen komen aan bod. Zo zijn er ‘De Vrolijke Kapoentjes’, die Marc Sleen van Bob De Moor overnam en nog door Willy Vandersteen gecreëerd werden, ‘Stropke en Flopke’, ‘De Avonturen van de Neus’ en ‘Piet Fluwijn en Bolleke’. Alle verhalen vallen op door de absurde humor, de kolder en zachte anarchie zonder dat de auteur ooit grof of platvloers wordt. Scènes uit ‘Stropke en Flopke’ werden later door Marc Sleen in de verhalen van Nero gerecupereerd.


Politiek en wielrennen


In 1944 startte Marc Sleen zijn carrière als cartoonist bij het katholieke dagblad ‘De Standaard’. Hij tekende politieke karikaturen en tijdens de Ronde van Frankrijk becommentarieerde hij de rit van de dag met een tekening. De krant veranderde van naam en werd in 1946 uiteindelijk ‘De Nieuws Gids’. 

Het was dan ook in ‘De Nieuwe Gids’ dat op 2 oktober 1947 ‘Het Geheim van Matsuoka’ verscheen, het eerste verhaal van Detectief Van Zwam. In 1950 verhuisde Marc Sleen naar Gent en werkte er voor ‘Het Volk’. Later stapte Marc Sleen over naar ‘De Standaard/Het Nieuwsblad’. Vanaf 1965 concentreerde hij zich uitsluitend op Nero en stopte met de andere reeksen. 


Toen Marc Sleen voor ‘De Nieuwe Gids’ werkte, waren de redactielokalen in… de Zandstraat. Het huis, dat ondertussen verdwenen is, keek uit op het Waucquezwarenhuis, dat tegenwoordig het stripmuseum huisvest. Het warenhuis is een creatie van architect Victor Horta, een bijkomende attractie voor de toerist.


Marcel Neels alias Marc Sleen


Naast zijn stripfiguren en cartoons, toont het museum foto’s van Marc Sleen over zijn jaarlijkse safari’s in Afrika en beelden uit het familiealbum van de familie Neels. Marc Sleens echte naam luidt immers Marcel Neels.


Nero, Néron, Nibbs


De oudere bezoeker ontmoet er de striphelden uit zijn jeugd- en kinderjaren. De initiatiefnemers hopen een deel van het publiek dat het Stripmuseum bezoekt ook kennis met Nero te laten maken. Alle commentaren zijn daarom drietalig. 


Nero is Néron in het Frans en Nibbs in het Engels. Enkele albums worden opnieuw in het Frans en het Engels uitgebracht. Toch valt het af te wachten of Nero na al die jaren de internationale carrière wacht, die hij vroeger niet heeft gekregen. Natuurlijk werden er wel eerder Neroverhalen in het Frans en het Duits uitgebracht, maar Nero bleef toch altijd een typisch Vlaams verschijnsel. De vele verwijzingen naar de toenmalige actualiteit en het optreden van bekendheden van indertijd roepen voor de oudere lezer herinneringen op, maar zijn niet altijd begrijpbaar voor jonge lezers. Stalin, Mussolini, de Beatles en Frank Zappa kennen we nog, Idi Amin lukt vermoedelijk ook nog. Met de hele reeks Belgische ministers van de jaren vijftig en zestig heb ik het al moeilijker. Een geannoteerde Nero dan maar, al is dat niet volgens het stripscenariohandboek. Wie de vele verwijzingen wil begrijpen, slaat er het boek ‘Memoires van Nero’ van Lieven Demedts op na. 

In elk geval wenst Cerberus Marc Sleen nog vele gelukkige jaren. Nero zelf is onsterfelijk na het drinken van het levenselixir in ‘De Bronnen Van Sing Song Li’. 


Het nieuwe museum is een aanrader voor stripfanaten en voor iedereen die Nero in het hart draagt. Verwacht evenwel geen groot museum en geen uitgebreide collectie. Het grootste deel van het archief ligt in de kelders en zal tijdens tijdelijke tentoonstellingen getoond worden. De inkom bedraagt tweeëneenhalve euro of één euro indien je een combiticket met het Stripmuseum neemt. Voor de prijs moet je het dus zeker niet laten.


Wist je dat…


√ In 1972 bracht uitgeverij Rädler Verlag twaalf Neroalbums in het Duits uit.

√ In 1989 werd de stripauteur opgenomen in het Guinness Record Boek omdat hij de langst lopende strip heeft die door een enkele persoon getekend werd.

√ Vanaf 1992 tekent Dirk Stallaert de albums, maar Marc Sleen blijft het scenario schrijven.

√ In 2005 eindigde Marc Sleen op de achtenveertigste plaats in de verkiezing van Grootste Belg.

√ De wapenspreuk van Marc Sleen luidt: “Mille verba imago dicit” of “Een beeld zegt meer dan duizend woorden.”

√ Het verhaal ‘Het Rattenkasteel’ werd in een opera gegoten.

√ Marc Sleens oeuvre bestaat uit 125.592 plaatjes, 20 stripreeksen en 378 covers.

√ ‘De Zwarte Toren’ uit 1983 en ‘De Verdorven Stad’ uit 1984 spelen zich in onze hoofdstad af.

√ Het laatste album ‘Zilveren Tranen’ verscheen in 2003. De tachtigjarige Marc Sleen beslist dat er geen Neroverhalen meer zullen verschijnen. 


Stichting Marc Sleen

Zandstraat 33-35

1000 Brussel


Meer info:

www.marc-sleen.be

www.stripmuseum.be 


Frank Beckers

 

Make a Free Website with Yola.