The Cerberus Archive


In Memoriam John Vermeulen

Ik leerde John kennen op de Antwerpse Boekenbeurs in 2003. De cover van “Ring van Eeuwigheid” lachte ons toe en we waren heel nieuwsgierig naar het boek. Van het een kwam het ander: van een gesprekje met John, van wie ik tot dat moment eerlijk gezegd nog niet eerder gehoord had, tot het krijgen van zijn visitekaartje.

Ik vond het wat gênant dat ik moest bekennen dat ik nooit eerder van hem had gehoord,. Hij lachte er wat schamper bij en vergoelijkte het enigszins, maar hoe langer ik hem kende, hoe meer ik ván hem kende, hoe duidelijker het werd: de rode draad van zijn literaire verwezenlijkingen die heel fel gloeide in het buitenland, daar wijd uitwaaierde, en hier… Ach, hij mocht geluk hebben als iemand bij het noemen van zijn naam ergens in het achterhoofd een belletje hoorde rinkelen. En dat terwijl hij, niet alleen in mijn ogen, een groot literair schrijver was – een veelzijdig auteur die niet alleen sf (zijn grote liefde), fantasy/sf, maar ook thrillers, erotisch werk, artikels over zeilen en historische romans uit zijn vingers liet vloeien.

In onze mailwisseling placht hij daar niet zelden heel erg cynisch mee om te gaan. Ook al liet hij vaak verstaan dat hij om die reden – de miskenning in eigen land – liever niet meer zou schrijven, kon hij dat toch niet laten. Schrijven zat hem in het bloed. Hij was een échte. Iemand die tig keer zijn pc het raam uit zou keilen, of liever op een onbewoond eiland zou toeven (met een select aantal mensen om zich heen, anders wordt het wel erg eenzaam), maar zich dan toch weer achter zijn pc terugvindt, de vingers razend over het klavier. Dankzij die drang, die passie hebben we dit jaar nog een nieuwe roman van hem mogen lezen: “Het Genie in de Rattenval.”

Alles bij elkaar genomen was John een heel timide, introverte man. Hij liep niet graag te koop met zijn (buitenlandse) successen. Hij was heel onzeker, niet alleen over zijn schrijven, maar ook over zijn intelligentie. Zwaar ten onrechte, want als er iemand is die ik om zijn intellect bewonder, dan is het John. Autodidact en uiterlijk gehard door het leven, met een scherpe visie op realiteit en zijn omgeving.

Hij schuwde grote menigten; het was vaak een werk van trekken en sleuren om hem toch maar te overtuigen op de Antwerpse Boekenbeurs te komen signeren. Maar als hij er dan was, dan genoot hij stilletjes toch met volle teugen. Het laatste grote evenement waar ik hem nog zag, was op Castlefest in het Nederlandse Lisse, begin augustus dit jaar. Tot op het laatste wist hij ons in spanning te houden of hij er nu wel of niet zou zijn…

Sinds we elkaar voor die eerste keer ontmoetten, deed hij er zowat alles aan om mij te begeleiden en te promoten bij de uitgeverij waar hij zich zowat de laatste tien jaar als kind aan huis mocht wanen: Kramat. Een kleine Westerlose uitgeverij die het aandurft om debutanten een kans te geven. Hij hielp me niet alleen met de eerste vijf hoofdstukken van mijn debuut – een fantasyroman – meer schwung te geven, maar ook enkele korte verhalen, waardoor mijn schrijven stilaan beter werd. Hij leerde me letten op kleine dingen, op logica, op puzzelstukjes die je de lezer toch moet aanreiken ook al ben je een beetje bang dat je daarmee alles verraadt. Hij stimuleerde me vooral om mijn werk te laten uitgeven. Of zoals hij het stelde: “Vergeet Tolkien, lees Thirza”.

Ik herinner me dat we één keer een echt meningsverschil hadden: over stijl, en dat in het kader van mijn lyrische, volgens John bombastische schrijfstijl. Hij vond dat ik een iets andere stijl moest aanleren, dat ik minder zwaar moest schrijven, minder lyrisch, want dat wordt vandaag de dag toch niet gewaardeerd of geduld. Ik vond dat de stijl van een auteur deel uitmaakte van zijn persoonlijkheid en dat ik het daarom ook heel moeilijk zou vinden mijn stijl te veranderen. Nou… dát vond hij klinkklare onzin.
Toch ben ik trouw gebleven aan mijn stijl: minder, oké, maar helemaal niets, dat ben ík gewoon niet. En hij liet het dan maar rusten, hoewel hij het later toch niet kon laten af en toe een bombastisch sneertje los te laten in een mail. Mails waar ik me aan kon optrekken als ik zelf in een schrijfdipje zat – zijn eindeloze cynisme, grenzend aan een scherpe realiteitsvisie bracht me dikwijls een heel ander perspectief, dat me hielp te relativeren. Zó was John. Ik weet eerlijk gezegd niet of hij dat ooit geweten heeft, hoe groot het effect van zijn mailtjes op mij was.

Zijn overlijden heeft een groot gat geslagen in literair Vlaanderen, maar ook in de levens van zijn dierbaren, zijn vrienden en kennissen. Ik kan alleen maar respect hebben voor hem, want hij is tot op het einde trouw gebleven aan wie hij was. En hij zal voor altijd mijn GOM-metje blijven – Grumpy Old Man, waarmee hij menig van zijn mails ondertekende.


Thirza Meta, september 2009

Make a Free Website with Yola.